“Daar gebeurt het ook het meeste”: hoe beeldzorg een ggz-behandeling dichter bij het dagelijks leven brengt

Een therapeut die via het scherm meekijkt terwijl je kookt. Of een kort telefoontje aan het eind van de middag over hoe je de nacht ingaat. Voor deze cliënt in de ggz begon beeldzorg als oplossing in coronatijd, en groeide het uit tot een manier van behandelen die aansloot bij waar haar klachten zich afspeelden: in haar eigen huis en in de supermarkt om de hoek. Ze vertelt er enthousiast over en is ook eerlijk over wat beter kan.

Van noodgreep naar meerwaarde

Ze zat midden in een intensieve ambulante behandeling toen corona uitbrak. Vrijwel van de ene op de andere dag ging die over op bellen en beeldbellen. Ze begon zelfs aan een behandeltraject met iemand die ze in eerste instantie alleen via het scherm kende. “Dat ging eigenlijk prima,” vertelt ze. “Ik kon gewoon door met mijn behandeling, in plaats van te wachten tot corona voorbij was. Daar ben ik nog steeds blij om.”

Al snel merkte ze dat beeldbellen haar iets bood wat de spreekkamer niet kon. Vooral bij exposure-oefeningen. “Je therapeut belt en jij gaat de dingen doen. Thuis, maar ook op de markt. Het maakt eigenlijk niet uit waar je bent.”

Oefenen waar het moeilijk is

Neem koken. Haar oefeningen bestonden uit stappen als dit gebruiken, dat gebruiken, dit naast dat leggen. Haar therapeut zag meteen wat er met haar gebeurde en welke vragen er opkwamen. Zo was ze het niet gewend. “Vroeger ging ik één keer per week naar mijn psycholoog. Dan bespraken we hoe het was gegaan, maar we oefenden niet samen. Ik moest opschrijven waar ik tegenaan liep. Dit is veel efficiënter, want je therapeut ziet het gewoon gebeuren.”

Een uur hoeft het ook niet altijd te duren. “Het kan ook: we gaan nu een kwartier samen boodschappen doen.” Bij de supermarkt belde ze vooraf om te vertellen wat ze binnen ging doen, en daarna belden ze opnieuw. “Dan bespreek je direct wat je meeneemt uit de oefening en wat goed ging. Bij exposure en responspreventie is het belangrijk dat je achteraf niet alsnog gaat ontkrachten of verzachten. Door dat korte contact erna kun je het veel compacter en sneller aanpakken.” Waarna meteen de volgende vraag kwam: wat ga je vanmiddag nog oefenen?

Dat ze elkaar zien, vindt ze belangrijker dan je misschien zou denken. “Je bent echt samen iets aan het doen.” Haar therapeut zag hoe haar huis eruitzag, ze kon laten zien waar ze moeite mee had. En toen de kat ineens langsliep, iets waar ze geen rekening mee had gehouden, konden ze daar meteen mee verder. “Je kunt best op een andere plek oefenen, maar uiteindelijk moet je het thuis kunnen. Daar gebeurt het ook het meeste.”

Houvast in de dag

Toen ze behoorlijk ziek was, kostte het moeite om haar dagen door te komen. Uren reizen voor een afspraak hielp daar niet bij. Voor een gesprek van een uur was ze soms bijna drie uur onderweg. “Nu zet ik de computer aan. Daardoor kon ik mijn eigen leven veel beter vasthouden.”

Het contact werd korter en vaker. “We spraken bijvoorbeeld af om aan het eind van de middag nog even te bellen. Hoe ga je de nacht in? Dat is heel anders dan een week wachten tot de volgende afspraak.” Haar behandelaar was daardoor dichter bij haar dagelijks leven, op de momenten dat ze het nodig had.

Aan het contact zelf deed het scherm weinig af, merkte ze. “Ik heb niet het idee dat de gesprekken heel anders zijn.” Ze lacht als ze vertelt over een behandelaar die ze pas na een paar maanden in het echt ontmoette. “Ik zei: ik had gedacht dat je groter was! Maar het contact was er vanaf het begin.” Ze benadrukt wel dat dit haar eigen ervaring is. “Van anderen hoor ik ook andere verhalen.”

Niet voor iedereen, niet voor alles

Of beeldzorg werkt, hangt volgens haar af van de behandeling en van de persoon. Schematherapie heeft ze nooit online gehad. “Ik kan me voorstellen dat sommige dingen daar langer moeten indalen. Dan heb je dat versnellende effect misschien niet nodig. Maar ook dan scheelt het reistijd.” Bij zware PTSS kan het misschien beter zijn om elkaar fysiek te zien, denkt ze. En als reizen juist je angst is, kan de reis naar de behandeling zelf een oefening worden. “Dat bespreek je samen. Uiteindelijk gaat het om wat goed is voor jou en hoe jij je leven wilt invullen.”

Eerlijk over de haperingen

Waar het misging, benoemt ze zonder omwegen. Vaak was dat de techniek. “Als de verbinding niet lukt, wie moet ik dan bellen?” Soms haperde het bij de instelling, of kon de behandelaar niet in het dossier omdat er weer iets met de computer was. En niet elke therapeut was er even handig mee. “Dan waren ze meer aan het klungelen dan dat je echt contact had.”

Ook privacy houdt haar bezig. “Je vertelt soms heel persoonlijke dingen. Wordt alles wel gewist?” In het begin van de coronatijd werd er nog niet via beveiligde links gebeld, soms zelfs via WhatsApp, omdat niemand goed wist hoe het moest. “Ik was toen zo ziek dat ik er niet over nadacht. Maar het is wel een uitdaging.” Ze denkt daarbij ook aan mensen die soms bijzondere of beangstigende gedachten hebben. “Als je bang bent dat het ergens op beeld komt te staan, met alles wat er tegenwoordig gehackt wordt, vertel je misschien niet je hele verhaal. Je moet je wel veilig genoeg voelen.”

Wat ze zorgprofessionals meegeeft

Haar tips komen recht uit de praktijk. Begin eventueel met één of twee fysieke afspraken, dat maakt de overstap voor veel mensen makkelijker. Blijf ook keuze bieden. “Als je van tevoren hoort ‘je krijgt tien sessies en alleen online’, ga je er anders in dan bij een hybride vorm.” Kijk naar de persoon en de fase waarin iemand zit, in een crisis of in de aanloop daarnaartoe. “Dat kun je niet voor groepen bepalen.”

De praktische kant vraagt minstens zoveel aandacht. Zorg dat cliënten iemand kunnen bellen om te helpen als er technische problemen zijn. “Geen chatbot, gewoon iemand van ICT of iemand die kan helpen met een praktische oplossing. Anders leidt het alleen maar af.” Maak heldere afspraken over opnemen en opslaan, en zorg dat je zelf handig bent met de toepassing. Aan cliënten geeft ze één ding mee: “Zeg niet meteen nee. Probeer het.”

Meer dan een kostenbesparing

In de cliëntenraad hoort ze soms dat digitale zorg onpersoonlijk zou zijn, of alleen om geld zou draaien. Ze snapt waar dat vandaan komt. Zelf heeft ze het anders beleefd. “Het kan je juist heel erg helpen, als je de meerwaarde ziet en het wilt proberen.” Jongeren voelen zich er misschien sneller bij op hun gemak, denkt ze, die zijn het al gewend. “Corona was vreselijk maar het heeft de ontwikkeling van digitaal contact wel versneld. Ik kan veel zeggen over digitalisering en AI, maar het kan ook hele mooie dingen opleveren.”

Verder lezen

Lees meer over het proces Beeldzorg in de ggz op onze procespagina’s:

Lees meer over gebruik van digitale zorg vanuit cliëntperspectief in het onderzoek van MIND en Vliegwiel (onderdeel van de Patiëntenfederatie Nederland) op de website van MIND.

“Als de verbinding niet lukt, wie moet ik dan bellen?”
Verschillende zorginstellingen, waaronder ggz-instellingen, zijn aangesloten bij de Helpdesk Digitale Zorg. Hun cliënten kunnen daar terecht met praktische vragen over beeldbellen, apps en andere digitale zorg.

Dit praktijkverhaal is geanonimiseerd, de naam van de geïnterviewde is bij de redactie bekend. De foto is gemaakt met AI.

Nieuwsbrief ontvangen?

Op de hoogte blijven over de ontwikkelingen binnen Digizo.nu? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief.

Volg ons voor meer updates:

*  Website URL
Bekijk onze privacyverklaring voor meer informatie over het gebruik van je persoonsgegevens.

Digizo.nu is een initiatief van IZA-partners