Belangrijkste bevindingen
Uit het onderzoek, gebaseerd op vijf studies met RCT-design en aanvullende praktijkbevindingen, komen deze bevindingen naar voren:
- Acceptatie door patiënten: patiënten beoordeelden digitale zelfzorginterventies over het algemeen positief. De meeste deelnemers vonden de toepassingen gemakkelijk te gebruiken en wilden deze blijven gebruiken, en gaven aan dat het hen hielp om meer inzicht te krijgen in hun klachten en er beter mee om te gaan. Wel blijven goede techniek en inhoud die aansluit bij de doelgroep belangrijk.
- Uitvoerbaarheid: digitale interventies lijken voor veel patiënten goed uitvoerbaar. Gebruiksgemak, goede techniek en aansluiting bij de behoeften van de gebruiker zijn belangrijk om de therapietrouw hoog te houden.
- Effectiviteit: digitale interventies kunnen vermoeidheid verminderen, maar dit geldt niet voor elke interventie of doelgroep. In twee recente studies namen de vermoeidheidsklachten duidelijk af, terwijl in twee oudere pilot-studies geen duidelijk positief effect werd gevonden. Verschillen in leeftijd, soort kanker en de inhoud van het programma lijken hierbij een rol te spelen.
- Effect op lange termijn: sommige digitale zelfzorginterventies lijken ook de kwaliteit van leven te kunnen verbeteren, maar dit geldt niet voor alle toepassingen. Het effect hangt af van het soort interventie en hoe goed deze aansluit bij de behoeften van de gebruiker.
- Veiligheid: over het geheel genomen lijken digitale zelfzorgtoepassingen veilig te zijn, waarbij eventuele bijwerkingen meestal mild en beperkt blijven. In de onderzochte studies traden geen ernstige bijwerkingen op.
Waarom digitale zelfzorg bij vermoeidheid na kanker waardevol is voor de zorg
Voor patiënten zit de meerwaarde vooral in het verkrijgen van meer grip op hun klachten. De mogelijkheid om op een zelfgekozen moment en tempo aan de slag te gaan, draagt bij aan een gevoel van controle en eigen regie. Daarnaast verlaagt digitale zelfzorg de drempel om ondersteuning te zoeken, zeker in vergelijking met meer intensieve vormen van zorg.
Een patiënt verwoordt het zo:
“Je denkt snel: ik ben moe, dus er is niets aan te doen. Maar dat is niet waar. Ik leerde begrijpen waarop ik leegloop en wat ik eraan kan doen. En vooral: hoe ik voorkom dat het weer gebeurt. Dat gaf me een gevoel van grip.”
Vermoeidheid na kanker is een veelvoorkomende en vaak langdurige klacht die relatief onderbelicht is, en waarvoor weinig concrete behandelopties bestaan. Juist in die context biedt het proces zorgprofessionals een laagdrempelige en praktische manier om patiënten actief met hun klachten aan de slag te laten gaan, en kan het onderwerp beter bespreekbaar worden. Dit vraagt wel dat zorgprofessionals bekend zijn met de mogelijkheden van digitale zelfzorgtoepassingen.
Hoe de IZA-partijen tot een gedragen rapport komen
Het rapport komt tot stand via een combinatie van technische toetsing, literatuuronderzoek, waardebepaling en praktijkervaringen. Voor vermoeidheid bij kanker is de toepassing Untire positief getoetst op onder meer veiligheid, effectiviteit, gebruiksvriendelijkheid, informatiebeveiliging en implementatieondersteuning. De waardebepaling is uitgevoerd op basis van een gezamenlijk opgesteld meetplan met indicatoren binnen de domeinen kwaliteit, toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Voor de opschalingsanalyse is gebruikgemaakt van een interview met een huisarts, een digitale vragenlijst, input over het patiëntenperspectief en aanvullende literatuur.
Dit proces binnen Digizo.nu is mogelijk gemaakt dankzij de samenwerking en steun van de betrokken partijen, in alfabetische volgorde: InEen, Landelijke Huisartsen Vereniging, Nederlands Huisartsen Genootschap, Patiëntenfederatie Nederland en Zorgverzekeraars Nederland.
Wat dit betekent voor zorgorganisaties die willen starten of al werken met digitale zelfzorg bij vermoeidheid na kanker
Met de positieve toetsing van Untire is de basis gelegd om de toepassing verantwoord in te zetten en op te schalen binnen de huisartsenzorg. Het rapport biedt handvatten om daarbij de juiste keuzes te maken. Tegelijk laten de resultaten zien dat de effectiviteit en uitvoerbaarheid kunnen verschillen per toepassing en doelgroep, waardoor terughoudendheid nodig is bij generalisatie naar de gehele Nederlandse praktijk, en dat de structurele implementatie in de praktijk nog beperkt is.
Implementeren van digitale en hybride zorg is in de basis vooral een veranderkundig vraagstuk, niet alleen een technisch project. Voor verdere opschaling zijn een aantal randvoorwaarden van belang: een betere bekendheid en gerichte ondersteuning voor zorgprofessionals, zodat onbekendheid met de toepassing wordt weggenomen, aandacht voor de digitale en gezondheidsvaardigheden van patiënten, technische integratie in bestaande zorgprocessen, en een structurele oplossing voor de bekostiging. Omdat vermoeidheid voor iedere patiënt anders is, is een gepersonaliseerd aanbod daarbij belangrijk: Untire biedt bijvoorbeeld informatie en oefeningen verdeeld over 15 thema’s, waaruit de patiënt zelf kan kiezen. De financiering van de digitale gezondheidstoepassingen, waaronder Untire, wordt op dit moment georganiseerd binnen een pilot vanuit Zorgverzekeraars Nederland, waarmee ervaring kan worden opgedaan richting een toekomstbestendig financieringsmodel.
Onderdeel van een reeks over digitale zelfzorg in de huisartsenzorg
Untire vormt samen met URinControl en Vertigo Training de kern van het Nederlandse DiGA-initiatief. Digizo.nu onderzocht deze processen in samenhang. Naast dit rapport over vermoeidheid na kanker zijn er ook rapporten over digitale zelfzorg bij draaiduizeligheid en voor urine-incontinentie bij vrouwen.
🔗 Procespagina en rapport: digitale zelfzorg bij draaiduizeligheid
🔗 Procespagina en rapport: digitale zelfzorg voor urine-incontinentie bij vrouwen
Verdieping en procespagina
Het volledige rapport en de technische rapportage staan op de procespagina van Digizo.nu.
🔗 Procespagina en rapport: digitale zelfzorg bij vermoeidheid na kanker